Nieuwbouw

Een nieuwbouwwoning is een nieuw gebouwde woning. Nieuwbouwwoningen worden gebouwd door projectontwikkelaars, gemeenten, woningcorporaties en in opdracht van particulieren of gemeenten. Wanneer een particulier een nieuwbouwwoning koopt zonder overdrachtsbelasting over de koopsom te betalen wordt dit aangeduid met de term vrij op naam. Een nieuwbouwwoning kan ook worden verhuurd.

Voor de bouw van een nieuwbouwwoning is een bouwvergunning noodzakelijk en zijn de geldende voorschriften van toepassing. In Nederland worden de meeste nieuwbouwwoningen seriematig als onderdeel van bouwprojecten gerealiseerd. In dit geval is een makelaar een intermediair tussen de particulier en de projectontwikkelaar.

Op het moment van verkoop wordt er een globale opleveringsprognose gegeven, ofwel de datum waarop de nieuwbouw woning hoogstwaarschijnlijk voor bewoning klaar zal zijn. Men moet echter wel reserves in acht nemen, doordat er verschillende factoren zijn die de bouw kunnen vertragen c.q. versnellen (denk hierbij bijvoorbeeld aan het weer). Bij een nieuwbouwproject kan de particuliere koper ook ‘vertraging’ ondervinden, doordat er nog niet voldoende woningen zijn verkocht om de bouw voor projectontwikkelaar en aannemer rendabel te maken. In de koopovereenkomst staat een uiterlijke datum waarop de bouw moet starten, gebeurt dit niet, dan is de overeenkomst ontbonden en de particulier hoeft de nieuwbouwwoning niet meer af te nemen.

Zodra de nieuwbouwwoning klaar is zal deze aan aan de koper worden opgeleverd, mits aan alle financiële verplichtingen is voldaan. Als vertegenwoordiger van de projectontwikkelaar / aannemer zal door de opzichter, nadat hij de nieuwbouwwoning samen met de koper heeft opgenomen, een opnamestaat (eventueel voorzien van de nodige opmerkingen) ter ondertekening worden aangeboden. Daarna zullen de eventuele gebreken zo spoedig mogelijk worden hersteld. Zo’n opnamestaat wordt ook wel het proces-verbaal van oplevering genoemd.

Over het algemeen worden bebouwingen daterend van ± 30 jaar of wat langer na de Tweede Wereldoorlog, als ‘nieuwbouw’ aangeduid. Een vastomlijnde definitie van nieuwbouw bestaat echter niet.

De term is met name ook populair geworden voor snelgebouwde, modern uitziende gebouwen, bedoeld om er zo veel mogelijk mensen in te laten wonen. Gewoonlijk bestaan dit soort woningen uit meerdere etages boven elkaar.

De term won aan populariteit na de Eerste Wereldoorlog, toen in groot tempo veel woningen bijgebouwd moesten worden. Hetzelfde fenomeen kwam nog sterker terug na de Tweede Wereldoorlog doordat door bombardementen veel huizen vernietigd waren. Vanaf dat moment, tot in de jaren 60, werd er in hoog tempo een groot aantal nieuwbouwwijken uit de grond gestampt. Veel van de toenmalige nieuwbouwhuizen waren bijgevolg niet van zeer goede kwaliteit, en een groot percentage is inmiddels dan ook weer gesloopt.

De term ‘nieuwbouw’ wordt tegenwoordig met name gebruikt voor Vinexlocaties, huizen die als ‘betonnen dozen’ zeer snel worden neergezet, of voor een flatgebouw

In 2050 moet iedereen in Vlaanderen een betaalbare en kwaliteitsvolle woning hebben. Iedereen moet ook de nodige woonzekerheid hebben en tegen 2050 moet de ongelijke toegang tot de woningmarkt tot het verleden behoren. Dat staat te lezen in het Woonbeleidsplan Vlaanderen dat de Vlaamse regering vrijdag heeft goedgekeurd.

Het Woonbeleidsplan Vlaanderen bestaat uit twee grote delen. Het informatieve gedeelte biedt een becijferd overzicht van de huidige situatie op de Vlaamse woningmarkt, met onder meer de evolutie van de woningmarkt, de verhouding eigenaars-huurders en de prijzen. In het tweede deel van het plan staan een reeks langetermijndoelstellingen voor het Vlaamse woonbeleid. Het richtpunt daarbij is 2050, niet toevallig ook de horizon van de overkoepelende Visie 2050 van de Vlaamse regering.

De langetermijnvisie vertrekt van een centraal toekomstbeeld: ‘in 2050 kan iedereen in Vlaanderen woonzeker en betaalbaar wonen in een aangepaste en kwaliteitsvolle woning en woonomgeving. De woningmarkt is inclusief. Er is gelijke toegang en een voldoende en flexibel aanbod’.

Per doelstelling (kwaliteit, betaalbaarheid, …) wordt vervolgens een pad uitgestippeld. Een voorbeeld: In 2013 had 63 procent van de woningen een toereikende kwaliteit. Bedoeling is dat aantal tegen 2030 op te trekken naar 80 procent en tegen 2050 naar 100 procent.

Het is ook de bedoeling om de gelijke kansen op de woningmarkt op te krikken. ‘In een woningmarkt in evenwicht, met garanties voor kwaliteit, betaalbaarheid en woonzekerheid, blijft er nog een factor die het menswaardig wonen onder druk kan zetten, namelijk de ongelijke toegang tot wonen’, zo staat te lezen in het plan.

Uit eerder onderzoek is bijvoorbeeld gebleken dat 22 procent van de verhuurders op zoek gaat naar een andere huurder wanneer er zich een kandidaat aanbiedt van een andere afkomst. Bedoeling is om dat percentage tegen 2030 te herleiden tot 12 procent en tot 0 procent te brengen in 2050.

Met de goedkeuring van het plan zijn de krijtlijnen voor het Vlaamse woonbeleid uitgestippeld. Het is aan de volgende Vlaamse regering om in het eerste jaar van de legislatuur (2019) een eerste concreet actieprogramma uit te werken om het plan te realiseren.

Bronnen: trends, wikipedia